Terwijl de wetenschappelijke kennis en mogelijkheden op het gebied van preventieve geneeskunde en leefstijlinterventie snel toenemen zakt ons land qua gemiddeld gezondheidsniveau af tot onder de middenmoot van Europa. Er is sprake van een groot hiaat tussen de beschikbare kennis op dit gebied en de feitelijke implementatie ervan. Een uitdaging voor velen is het op een verantwoorde wijze realiseren van implementatie van de huidige medische en vooral ook niet-medische kennis. Dit terwijl het geheel dient te passen in een beleid om overdiagnostiek en overbehandeling tot een minimum te beperken, de processen te versimpelen en de kosten beheersbaar te houden. De doelstelling van het NIPED als kennisinsituut is het verzamelen en genereren van state-of-the art inzichten in gezondheidsmanagement en het vastleggen hiervan in kennissystemen ten behoeve van een gestructureerde toepassing op grote schaal.
Deze mogelijkheden worden op dit moment echter zeer versnipperd en opportunistisch aangeboden (cholesteroltestjes bij de drogist, bloeddrukmetingen in de supermarkt, allerlei niet-gevalideerde medische check-ups, stresstesten op het werk, nierchecks via de post, whole body CT-scans over de grens etc.). Vaak ontbreekt het aan een gedegen follow-up, terwijl die juist het verschil moet maken. Mensen worden niet gezonder van een health check, wel van een goede follow-up. Om de groeiende mogelijkheden en inzichten op het gebied van preventie adequaat te benutten, is een gestructureerde benadering en toepassing van kennis nodig. Noodzakelijke elementen daarin zijn een gedegen follow-up, continue monitoring en de mogelijkheid voor dynamische aanpassing van de geboden strategie.
Screening kan toekomstige gezondheidsproblemen helpen voorkomen, maar de negatieve effecten van screening (zoals valse- en incidentele bevindingen waarmee medici zich geen raad weten en onterechte ‘certificate of health’ effecten) dienen te worden geminimaliseerd. Een goede inschatting van het individuele risico op ziekte dient in de preventieve setting, net als in de reguliere zorg, het uitgangspunt te zijn voor interventie en/of aanvullende diagnostiek. De vorm van terugkoppeling van de gezondheidsrisico's en de geboden follow-up zullen vervolgens het individu moeten stimuleren om de juiste keuzes te maken en actie te ondernemen.
De oplossing ligt in een wetenschappelijke aanpak voor geïntegreerde risicoprofilering waarbij naar het totaal van risicofactoren voor relevante aandoeningen wordt gekeken en niet per ziekte of risicofactor wordt gescreend. Een geautomatiseerd kennissysteem voor geïntegreerde risicoprofilering met daarin wetenschappelijk vastgestelde afkapwaarden voor aanvullende diagnostiek en behandeling, zoals het NIPED PreventieKompas, kan zowel het individu als de professional steun bieden bij het maken van de juiste keuzes. Op basis van een internet based vragenlijst, een gestandaardiseerd lichamelijk onderzoek en relevante laboratoriumbepalingen, wordt volgens de meest recente wetenschappelijke inzichten een leefstijl advies op maat gegeven en eventueel aanvullende diagnostiek of behandeling ingezet. Hierbij wordt rekening gehouden met motivatie en persoonlijke voorkeuren. Met een dergelijke getrapte structuur worden onnodige vervolgonderzoeken, overbehandeling, hoge kosten en onrust over aandoeningen waar geen behandeling voor mogelijk is, zo veel mogelijk worden voorkomen. Studies tonen aan dat een geïntegreerde benadering van risicofactoren aanzienlijke winst in vitaliteit, gezondheid en productiviteit oplevert op zowel de korte als lange termijn.
Van de PreventieKompas aanpak is inmiddels aangetoond dat:
- de motivatie voor gedragsverandering van het merendeel van de deelnemers wordt verhoogd;
- een groot deel van de deelnemers daadwerkelijk gezondheidsbevorderende acties onderneemt;
- de geaggregeerde resultaten van de deelnemers met de bijbehorende gerichte adviezen een waardevol instrument is voor beleidsmakers (bijv. een bedrijf of gemeente).
Een tweesporen beleid dus. De kennis van de belangrijkste gezondheids- en productiviteitsrisico’s maakt het mogelijk om zowel op individueel- als groepsniveau de juiste prioriteiten te stellen. Het zet deelnemers aan tot gedragsverandering en geeft beleidsmakers inzicht in hoe het gezondheids- en preventiebudget het beste te besteden.